Je hoeft niet te veranderen om te veranderen

NB: my newsletter will either be written in English or Dutch. I sincerely hope you will translate it to your preferred language. For me, alternating between these two languages will keep me in a natural flow

Ik had laatst weer zo’n gesprek dat uiteindelijk bij dezelfde conclusie uitkwam:

Mensen veranderen niet.

Als iemand eenmaal zo is, dan is hij zo. Denken dat mensen werkelijk kunnen veranderen is naïef.

Ik merk dat die gedachte me altijd irriteert.

Want wat betekent dat dan?

Dat als je in je leven pijnlijke dingen meemaakt die je vormen of beïnvloeden, je het daar vervolgens maar mee te doen hebt? Dat ervaringen uit je verleden bepalen hoe je vandaag reageert — en dat dat nu eenmaal is wie je bent? Of wie je geworden bent?

Dat heb ik nooit geaccepteerd.

We hebben complete samenlevingen veranderd. Technologieën ontwikkeld die een paar generaties geleden onvoorstelbaar waren. Vrijwel alles buiten onszelf kan veranderen, groeien en zich ontwikkelen.

Maar vanbinnen zouden wij vaststaan?

Dat geloof ik niet.

Misschien zit de verwarring alleen in wat we bedoelen met veranderen.

Misschien hoeven we in essentie helemaal niet iemand anders te worden. Misschien is er iets in ieder van ons dat juist heel eigen is en niet veranderd hoeft te worden.

Maar hoe we naar het leven kijken, hoe we ervaringen interpreteren en waar we ons mee identificeren, kan wel degelijk veranderen.

En dat verandert vervolgens bijna alles.

We denken meestal dat we het leven ervaren zoals het is.

Maar dat doen we niet.

We ervaren onze perceptie van het leven.

Perceptie is voor mij daarom een sleutelwoord. Misschien zelfs wel een van de sleutels tot onze vrijheid.

Want iedere gebeurtenis kan vanuit meerdere perspectieven bekeken worden. Alsof we verschillende lenzen tot onze beschikking hebben, terwijl we meestal vergeten dat we überhaupt een lens dragen.

Neem een onverwachte, pijnlijke scheiding.

We kunnen die ervaring jarenlang met ons meedragen als bewijs dat we verlaten zijn, dat relaties niet veilig zijn of dat we iemand niet meer kunnen vertrouwen.

Maar we kunnen naar precies dezelfde gebeurtenis kijken — zonder de pijn ervan te ontkennen — en andere vragen stellen.

Wat heeft deze ervaring mij laten zien?

Wat was mijn eigen aandeel?

Wat zag ik niet?

Waar heb ik mezelf verlaten?

Wat heeft deze persoon mij, misschien onbedoeld, geleerd?

De gebeurtenis verandert niet.

Onze relatie tot de gebeurtenis kan wel veranderen.

En daar wordt het interessant.

Want afhankelijk van hoe diep iets ons heeft geraakt, voelt het veranderen van perspectief soms bijna onmogelijk.

Niet noodzakelijk omdat een ander perspectief niet bestaat, maar omdat we ons zijn gaan identificeren met het perspectief dat we al hebben.

En als we heel eerlijk zijn, kan zelfs een pijnlijk perspectief ons iets opleveren.

De rol van slachtoffer kan bijvoorbeeld veilig gaan voelen wanneer die onderdeel is geworden van onze identiteit. Niet omdat we graag lijden, maar omdat loslaten ook betekent dat we opnieuw naar onszelf moeten kijken.

Wie ben ik als ik dit verhaal niet langer nodig heb?

Dat kan confronterender zijn dan het verhaal zelf.

Bij onderwerpen waar we minder emotioneel bij betrokken zijn, zien we veel makkelijker meerdere kanten.

Neem AI.

Is AI een bedreiging of een verrijking?

Waarschijnlijk allebei, afhankelijk van waar je naar kijkt.

Voor veel mensen is het relatief eenvoudig om de kansen én de risico’s te zien. Totdat AI iets raakt waarmee ze zich sterk identificeren: hun beroep, hun inkomen, hun gevoel van waarde, hun toekomstbeeld.

Dan verandert het gesprek.

Niet omdat de technologie plotseling anders is, maar omdat er iets van onszelf op het spel lijkt te staan.

Neem een onderwerp waarbij die emotionele identificatie nog zichtbaarder wordt: Donald Trump.

Voor sommigen roept alleen zijn naam al weerstand of irritatie op. Voor anderen vertegenwoordigt hij juist hoop: iemand die bestaande systemen openbreekt en zichtbaar maakt wat daarin niet functioneert.

De interessante vraag is voor mij niet welke van die twee groepen gelijk heeft.

De interessante vraag is:

Kun je naar dezelfde persoon kijken door verschillende lenzen, zonder onmiddellijk te hoeven bepalen welke lens de waarheid is?

Kun je proberen te begrijpen wat iemand anders ziet, zonder het ermee eens te hoeven zijn?

Kun je je eigen oordeel even loslaten zonder het gevoel te krijgen dat je daarmee jezelf, je waarden of je veiligheid verliest?

Daar wordt perceptie ineens veel minder theoretisch.

Want zodra een mening onderdeel wordt van onze identiteit, voelt een ander perspectief niet meer als informatie.

Het voelt als een bedreiging.

En precies daar verliezen we een deel van onze vrijheid.

Niet omdat we geen mening meer mogen hebben. Integendeel.

We kunnen heel duidelijke meningen, waarden en grenzen hebben zonder ermee samen te vallen.

Dat doen we de hele dag door.

Het wordt pas moeilijk wanneer iets ons emotioneel zo raakt dat het ongemakkelijk wordt om zelfs maar tijdelijk een andere lens op te zetten.

En juist daar valt iets te ontdekken.

Dus: kunnen mensen veranderen?

Misschien is dat niet eens de juiste vraag.

Kunnen we veranderen hoe we waarnemen, interpreteren, reageren en kiezen?

Absoluut.

En als dat verandert, verandert onze ervaring van het leven mee.

Speel er eens mee.

Neem iets waar je een sterke mening over hebt en probeer bewust drie totaal verschillende perspectieven in te nemen. Niet om je mening te veranderen. Niet om tot een betere conclusie te komen.

Alleen om te zien wat er gebeurt.

Je zult waarschijnlijk snel ontdekken waar je vrij kunt bewegen tussen verschillende perspectieven — en waar iets in jou zich onmiddellijk vastgrijpt aan één ervan.

Misschien begint verandering precies daar.

Next
Next

When I started working with them, they started thinking with me